
De wereld van Merel Jansen (°1990, NL) ruikt naar terpentijn en olieverf. Ze is gevuld met kleur, vorm en beweging.
In haar beginjaren vond Merel houvast in het portret en het realisme: een manier om de wereld te begrijpen via de gezichten en verhalen van anderen. Maar al snel ontdekte ze dat de kracht van haar schilderen niet lag in het nabootsen van wat ze zag, maar in het tonen van wat ze voelde. Verdriet, woede, verwondering en kwetsbaarheid worden bij haar geen thema's, maar kleuren — een eigen taal van energie en emotie. Wat zwaar is in het leven, wordt op het doek iets dat leeft en beweegt.






